Home > Nieuws & Agenda > Nieuwsarchief > 2012 > Schimmelkennis brengt risico’s gentech-gewassen in kaart
Nieuwsarchief
07-02-2012

Schimmelkennis brengt risico’s gentech-gewassen in kaart

Voor een goede plantengroei zijn plantenschimmels onontbeerlijk.

Onderzoeker Erik Verbruggen van de FALW-afdeling Dierecologie ontdekte dat fosfaat en grasklaver effect hebben op de diversiteit en variatie in soortensamenstelling van die schimmels. Zijn onderzoeksresultaten zijn bruikbaar om mogelijke risico’s van genetisch gemodificeerde gewassen voor de natuurlijke schimmelgroei in kaart te brengen.

Tachtig procent van alle planten op aarde leeft samen met mycorrhiza-schimmels. Deze schimmels groeien vanuit de wortels de bodem in, en helpen de plant met het opnemen van voedingsstoffen. De planten groeien hierdoor over het algemeen beter. Andersom profiteert de schimmel ook van de plant. Deze voorziet hem van suikers – het product van bovengrondse fotosynthese – die vanuit de plant naar de wortels stromen.

Ecoloog Erik Verbruggen ging op zoek naar factoren in landbouwvelden die invloed hebben op de schimmelsamenstelling. Doel was om in kaart te brengen wanneer er sprake is van verstoring van de natuurlijke variatie. De uitkomst zou bruikbaar moeten zijn bij het testen van mogelijke effecten van genetisch gemodificeerde gewassen op de schimmeldiversiteit en hiermee op de natuurlijke plantengroei.

Grote natuurlijke variatie
Allereerst legde Verbruggen de soortenrijkdom van mycorrhiza-schimmels onder verschillende omstandigheden vast. ‘Pas als je de natuurlijke variatie kent, kun je uitspraken doen over wat hiervan afwijkt’, legt hij uit. Onderzoek naar de diversiteit in plantenschimmels is in Nederland nog niet eerder zo grootschalig aangepakt. Verbruggen bestudeerde 23 biologische velden en evenveel gangbare velden met maïs of aardappelen, twee veel voorkomende gewassen in Nederland. In totaal kwam hij zo’n veertig schimmelsoorten tegen. De diversiteit lag in de biologische landbouw vijftig procent hoger dan bij de gangbare landbouw. ‘Dat klopt met eerdere studies’, zegt Verbruggen. ‘Maar in beide typen landbouwvelden kwam ik twee tot twaalf schimmelsoorten tegen. Dit betekent dat de natuurlijke variatie behoorlijk groot is.’

Fosfaat en grasklaver
Verbruggen onderzocht daarna welke factoren de schimmeldiversiteit bepalen. Fosfaat en vruchtwisseling kwamen als belangrijkste uit de bus. Hoe minder fosfaat in de bodem, hoe hoger de diversiteit. En ook het na elkaar telen van verschillende gewassen zorgt voor een grote variatie aan schimmels, met grasklaver als belangrijke stimulans voor de schimmelrijkdom. Verbruggen ontdekte dat gangbare landbouwvelden met een laag fosfaatgehalte en regelmatige verbouw van grasklaver toch een hoge diversiteit aan schimmels kunnen hebben. Dezelfde factoren zorgden er in beide landbouwvormen voor dat de ene schimmelsoort de andere niet ging overheersen, wat een teken zou zijn voor verstoring van het natuurlijk evenwicht.

Transgene mais
Deze studie biedt aanknopingspunten om mogelijke effecten van genetisch gemodificeerde gewassen op bodemschimmels te testen. Zelf deed Verbruggen een test met transgene maïs. Deze maïs had geen sterk verstorend effect op de soortensamenstelling van schimmels. In de toekomst kunnen dankzij meer schimmelkennis nieuwe gewasvarianten getest worden. Gentech-gewassen worden in Nederland niet voor commerciële doeleinden verbouwd, maar er zijn wel proefvelden en laboratoria die zich met de ontwikkeling van dergelijke gewassen bezighouden.

Verbruggen promoveert op donderdag 9 februari op zijn studie naar plantenschimmels, die hij uitvoerde in het kader van het onderzoeksprogramma Ecology Regarding Genetically modified Organisms (ERGO). Dit programma wil de ecologische kennis aanvullen die nodig is om te bekijken of de te verwachten ecologische invloed van genetisch gemodificeerde gewassen maatschappelijk aanvaardbaar is of niet. De vraag naar deze kennis komt voort uit het feit dat vóórdat een genetisch gemodificeerd gewas in Europa geteeld of verwerkt mag worden, een uitgebreide toelatingsprocedure moet worden doorlopen. Het onderzoeksprogramma wordt gefinancierd met FES-gelden. NWO-gebied Aard- en Levenswetenschappen heeft het programma opgezet en is verantwoordelijk voor de uitvoering ervan.

Bron: nwo.nl

Meer informatie over het proefschrift in VU-DARE

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl