Home > Onderzoek > Ecological Science > Internships at the Department > Animal ecology > Experimentele klimaatverandering in Lapland

Experimentele klimaatsopwarming, biodiversiteit en plantenstrategieën in veen-ecosystemen in Zweeds Lapland


Dr. Hans Cornelissen (hansco@bio.vu.nl) en drs. Simone Lang, Systeemoecologie, Kamer A162,  telefoon 5986962

Doel van het onderzoek


Sinds de zomer van 2000 stelt ons team van Systeemoecologie in Zweeds Lapland een prachtig maagdelijk veengebied (gedomineerd door Sphagnum ofwel veenmos) bloot aan experimentele 'global change' (klimaatsverandering). Gedurende de lente, respectievelijk zomer worden hier vegetatie en bodem opgewarmd d.m.v. doorzichtige open-top kasjes, terwijl in de winter een scenario van toenemende sneeuwval experimenteel wordt nagebootst. We onderzoeken hoe global change de koolstof- en nutrienten-kringlopen door vegetatie en bodem beïnvloedt, met speciale aandacht voor o.a. veranderingen in de productiviteit en diversiteit van de vegetatie, de afbraak van dood materiaal en emissies van 'broeikasgasssen'. We onderzoeken ook op welke wijze en in welke mate verschillende plantensoorten en ‘plantenstrategieën’ bij deze veranderingen betrokken zijn. Dit werk is belangrijk voor het voorspellen van de consequenties van het broeikaseffect op noordelijke venen. Aangezien deze ecosystemen een belangrijke proportie van de wereldwijde koolstof opslaan, hebben eventuele veranderingen in deze venen (via vastleggen of emissies van kooldioxide en methaan) ook terugkoppelingseffecten op het broeikaseffect zelf. Het onderzoek maakt deel uit van grote internationale netwerken waarbinnen op wereldschaal resultaten van dit soort experimenten vergeleken worden, om algemene conclusies te kunnen bereiken over de effecten van klimaatsopwarming voor ecosystemen en kringlopen (zie www.gcte-focus1.org) , en over de rol van ‘plantenstrategieën’.

Stagemogelijkheden


Er zijn diverse stages mogelijk (in overleg), waarbij een korter of langer verblijf in het internationale onderzoeksstation in Abisko in Noord-Zweden belangrijk is (http://www.ans.kiruna.se/ans.htm). Binnen ons eigen experiment, en de omringende natuurlijke gradiënten, kan bijvoorbeeld het effect van klimaat op de diversiteit van mossen en korstmossen bestudeerd worden. Een andere mogelijke stage heeft betrekking op een vergelijking van belangrijke functionele eigenschappen van mos- en korstmossoorten, welke gebruikt kunnen worden om de diverse soorten functioneel te classificeren. Een dergelijke classificatie kan weer gebruikt worden om response op klimaatsverandering te voorspellen. Er zijn ook mogelijkheden om plantenstrategieën van hogere planten experimenteel te vergelijken. In overleg kunnen evt. ook eigen interesses tot een stage gekneed worden. Bij al deze stages is er een afwisseling van veldwerk, labwerk en data-analyse. Voordat het praktische werk begint maak je, na een inleesperiode, met de begeleider(s) eerst een gedetailleerd werkplan, om zo goed beslagen ten ijs te komen.
 
Alle stages vereisen enige flexibiliteit en zelfstandigheid, aangezien deze veldwerk in Zweeds Lapland inhouden, maar goede begeleiding zal ook in Abisko aanwezig zijn. Het veldwerk vindt vooral plaats tussen juni en september. De onderzoeksfaciliteiten, internationale sociale omgeving en accomodatie zijn daar overigens uitstekend. Deze stages zijn met name geschikt als tweede MSc stage, als je al wat stage-ervaring hebt.
 
Website Systeem Ecologie
Abisko Research Station

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl