Eerstejaars veldwerk Brabant (april-mei)
Eerstejaars veldwerk Brabant (april-mei)
Het veld in!
In mei van het eerste jaar leer je onderzoeken en begrijpen hoe het Nederlandse landschap en de ondergrond in elkaar zitten en welke relatie daartussen bestaat. De hoge zandgronden van Brabant gaan bij Bergen op Zoom abrupt over in de Zeeuwse polders. Er zit alleen een mysterieus hoogteverschil van 20 meter tussen! Hoe kan dit? Hoe heeft de mens in de loop der tijd dit landschap gebruikt en ingericht en waarom op die manier?
De Brabantse Wal
Bovenop de Brabantse Wal heb je een wijds uitzicht over de Zeeuwse Polders, de Westerschelde en de Oosterschelde. Maar hoe is deze wal nu precies ontstaan? En wat zijn de gevolgen geweest voor het gebruik van het gebied?
Wad!
De polders van Zeeland zijn op de zee gewonnen. Maar die zee pakt ook nog wel eens wat terug! Het Verdronken Land van Saeftinghe is daar een mooi voorbeeld van. De woeste leegte geeft een prachtig idee hoe de eerste Zeeuwen het gebied aantroffen toen ze zich er gingen vestigen.
Veranderend landschap
Dat de zee hier niet altijd gedomineerd heeft bewijst deze foto. Op veel plaatsen op het wad vind je resten van huizen, kaken van koeien, potscherven, slootpatronen of bijvoorbeeld deze oude boomstronk aan de vloedlijn.
Boren!
Om te zien hoe het landschap zich ontwikkeld heeft door de tijd heen moet je boren. We boren soms meer dan tien meter! De bodem kun je zien als een archief van het verleden. Doordat alle uiteenlopende landschapstypen die je fossiel in je boor vindt ook in de nabije omgeving voorkomen, krijg je een goed beeld van de ontwikkelingsgeschiedenis en de rol van de mens daarin.
Beschrijven en begrijpen!
Hoe was het ook alweer? Als klei overgaat in zand, trekt de zee zich dan terug of komt ie juist het land binnen? Of was het toch rivier of wind die dit veroorzaakt heeft? Hoe kunnen we dit rijmen met al die heuvels hier in het bos? Toch nog best pittig die interpretatie...
Uitwerken
Je maakt lange dagen tijdens veldwerk. Maar dat is helemaal niet erg! Je leert continu nieuwe dingen, de wereld is een paar weken niet groter dan het veldwerkgebied en het is supergezellig! In de avonduren werk je je gegevens uit. Langzaam ontstaat er structuur in je waarnemingen en begin je het gebied een beetje te begrijpen. Is het zand bovenop de wal nu hetzelfde als onderaan? Onderaan de wal wordt veel drinkwater gewonnen. Heeft dat er dan toch iets mee te maken? Gelukkig krijg je veel hulp in het veld en bij het uitwerken.
