Eerstejaars veldwerk Ardennen (oktober)
Het veld in!
In het najaar is het vaak nog prachtig weer. Toevallig dezelfde periode als het eerstejaars veldwerk naar de Ardennen. Na een maand theorie en practicum in Amsterdam, tijd om eens in het echt aan de slag te gaan met hamer, kompas, loupe en kaarten.
Met een loupe zie je beter welk gesteente het is!
Kalksteen, zandsteen, glinster of glimmen. Krast het of niet? Zie je fragmenten in het gesteente? Wat zijn dat dan? Kwartskorrels, crinoide-fragmenten of dolomietkristallen... het valt nog niet mee!
Prachtige ribbels... zijn het nou golf- of stroomribbels?
Een voorbeeldje uit het veld: aan de vorm van de stroomribbels kunnen we zien welke kant van dit gesteente oorspronkelijk boven lag toen de ribbels werden gevormd. Dat leer je er allemaal maar even bij in een weekje!

De eerste keer met het kompas aan de slag
Doel is om uit te zoeken welke relatie er bestaat tussen de gesteenten in de ondergrond en de vorm van het landschap. Daarvoor moet er eerst een kaart gemaakt worden met waar welk gesteente voorkomt en een andere waarop de geomorfologie komt. Da's al een hele klus en daar kun je als eerstejaars wel wat hulp bij gebruiken!
Steile leercurve!
In het najaarszonnetje rondlopend en "ontsluitingkijkenderwijs", vormt zich verrassend snel een beeld van de structuur van het gebied. Nog even de stand van de gelaagdheid meten in een verlaten groeve om een goede doorsnede van het gebied te kunnen tekenen. Het is hard werken maar wel lekker buiten!
In het vroegere station van Comblain kunnen we uitwerken
Met behulp van prachtige 3D-kleuren platen van een Digital Terrain Model bekijken we de vorm van het landschap. Na het uitwerken 's avonds wordt het plaatselijke café getrakteerd op een groep vrolijke eerstejaars. Een gezellige boel! En voor we het weten, is de week al weer om. Toeval of niet: als we naar huis rijden is het zonnetje verdwenen achter de wolken. Aardwetenschappen studeren, het is zo erg nog niet!
Eerstejaars veldwerk Brabant (april-mei)
Het veld in!
In mei van het eerste jaar leer je onderzoeken en begrijpen hoe het Nederlandse landschap en de ondergrond in elkaar zitten en welke relatie daartussen bestaat. De hoge zandgronden van Brabant gaan bij Bergen op Zoom abrupt over in de Zeeuwse polders. Er zit alleen een mysterieus hoogteverschil van 20 meter tussen! Hoe kan dit? Hoe heeft de mens in de loop der tijd dit landschap gebruikt en ingericht en waarom op die manier?
De Brabantse Wal
Bovenop de Brabantse Wal heb je een wijds uitzicht over de Zeeuwse Polders, de Westerschelde en de Oosterschelde. Maar hoe is deze wal nu precies ontstaan? En wat zijn de gevolgen geweest voor het gebruik van het gebied?
Wad!
De polders van Zeeland zijn op de zee gewonnen. Maar die zee pakt ook nog wel eens wat terug! Het Verdronken Land van Saeftinghe is daar een mooi voorbeeld van. De woeste leegte geeft een prachtig idee hoe de eerste Zeeuwen het gebied aantroffen toen ze zich er gingen vestigen.
Veranderend landschap
Dat de zee hier niet altijd gedomineerd heeft bewijst deze foto. Op veel plaatsen op het wad vind je resten van huizen, kaken van koeien, potscherven, slootpatronen of bijvoorbeeld deze oude boomstronk aan de vloedlijn.
Boren!
Om te zien hoe het landschap zich ontwikkeld heeft door de tijd heen moet je boren. We boren soms meer dan tien meter! De bodem kun je zien als een archief van het verleden. Doordat alle uiteenlopende landschapstypen die je fossiel in je boor vindt ook in de nabije omgeving voorkomen, krijg je een goed beeld van de ontwikkelingsgeschiedenis en de rol van de mens daarin.
Beschrijven en begrijpen!
Hoe was het ook alweer? Als klei overgaat in zand, trekt de zee zich dan terug of komt ie juist het land binnen? Of was het toch rivier of wind die dit veroorzaakt heeft? Hoe kunnen we dit rijmen met al die heuvels hier in het bos? Toch nog best pittig die interpretatie...
Uitwerken
Je maakt lange dagen tijdens veldwerk. Maar dat is helemaal niet erg! Je leert continu nieuwe dingen, de wereld is een paar weken niet groter dan het veldwerkgebied en het is supergezellig! In de avonduren werk je je gegevens uit. Langzaam ontstaat er structuur in je waarnemingen en begin je het gebied een beetje te begrijpen. Is het zand bovenop de wal nu hetzelfde als onderaan? Onderaan de wal wordt veel drinkwater gewonnen. Heeft dat er dan toch iets mee te maken? Gelukkig krijg je veel hulp in het veld en bij het uitwerken.
Eerstejaars veldwerk Spanje (juni)
En dan is het juni! Tijd om het geleerde van het afgelopen jaar in praktijk te gaan brengen. De heuvels van zuidoost Spanje in, gewapend met hamer, kompas, loupe, veldkaart en veldboek. En gelukkig om de paar dagen een begeleider, die je hopelijk weer wat op weg helpt.Daar sta je dan!

De reis naar Spanje is gelukt! In een geleende of goedkoop gekochte auto of met vliegtuig en fiets de dorpjes gevonden die voor bijna een maand je thuisbasis zullen zijn. Fuentealamo en Jumilla liggen er in het begin van juni vaak nog koel en kalmpjes bij.
Aan de slag!
Hoe las je dat kompas ook al weer af? Heb jij de kalksteenclassificatie bij je? Zie je componentjes in de matrix of niet? Hoe is eigenlijk de gelaagdheid? En waarom steekt dit harde gesteente daar verderop niet meer uit? Waar zijn we eigenlijk op de kaart? Ach.. het puntje van mijn groene potlood gebroken en geen puntenslijper mee.
Allemaal studie-gerelateerde zaken die je door het hoofd gaan in de eerste dagen.

Ik zie het!
Dat is natuurlijk wel de bedoeling! Dat er een relatie tussen de ontsloten gesteenten te maken valt, die ook meteen de landschapsvorming kan verklaren. Niet makkelijk maar als het lukt, dan passen er opvallend veel details in het grote beeld. Aan het eind van 3 weken hard werken, veel zon en weinig vrije tijd is het tijd om het oordeel van de begeleiding te horen over je kaarten, profielen, formatiebeschrijvingen, beschrijvingen van de geomorfologische processen!

Een van de meest markante bergen bij Jumilla: de Peña Rubia
Tweedejaars veldwerk geologie, Spanje (juni)
Is dit ook Spanje?
In de binnenlanden van Spanje, ruwweg tussen Madrid en Valencia, liggen de Montes Universales. Een gebied met bergen tot ruim 2000 meter hoog. Vol met dennenbos en woest ingewikkelde geologie! Een mooie plek om de tweedejaars op los te laten.
Stug terrein
De Paleozoische ondergrond is stevig geplooid en zit vol breuken. Bovendien lijken de kwartsieten en schalierijke wackes of wackerijke schalies veel op elkaar. Het valt niet mee om de stratigrafische kolom te doorzien de eerste week. Bovendien staat het gebied waar het Paleozoicum dagzoomt vol met 'steenrozen', maar dat klinkt wat te mooi voor deze stugge chaparra's of estepa's...
Gebroken Paleozoicum, met daarover discordant rode Buntsandstein.
Het plateau
Het Mesozoicum, dat ook niet helemaal ongestoord is, ligt discordant over de Paleozoische eilanden. In sommige niveaus zitten gipsen en kleien, die voor typische staaltjes afglijdingstektoniek zorgen. Het zit vol met bipyromidale kwartsen (Keuper) en Brachipoden en voornamelijk stukjes ammonieten (Jura).
Toros en tapas
Een maand lang in een dorpje in Spanje heeft zo zijn charme. Zeker als een doods dorpje ineens bruist van het leven omdat er een Fiesta de la Communidad plaatsvindt. Uit de wijde omgeving zijn ze er: de slager uit het ene dorp, de dochter van de barman uit het andere dorp en de ober/kok uit het restaurant. En natuurlijk een slechte band, een dito disco en een loslopend stiertje met fakkels op zijn horens.
¡Que no olvides que estas en España!
